8.1
Nadat ik vertrokken was uit het paleis ging ik gelijk door naar Venna's huis. Voor ik überhaupt iemand aansprak besloot ik dat ik eerst het goede nieuws aan Nym ging vertellen.
Ik zwom haar kamer binnen, ze zat een boek te lezen. Ze merkte me niet op en dus kuchte ik. Nu keek ze echter wel op.
Ik hield de brief met een hand verborgen achter mijn rug. 'Ik ben net naar de koning geweest en ik heb iets voor je meegebracht.' zei ik terwijl ik haar de brief overhandigde.
Ze opende de brief en las hem. Ik zag hoe haar gezichtsuitdrukking steeds vrolijker werd. 'Dit is... ik weet niet wat ik moet zeggen.'
Ze zwom naar me toe en gaf me een knuffel. 'Dus... betekent dit dat ik je weer Diante kan noemen?' vroeg ik om de stilte te doorbreken.
'Absoluut niet! Diante is mijn oude leven, Nym is mijn nieuwe leven.' zei ze vastberaden. 'Dan zul je vanaf nu altijd Nym heten.' zei ik met een glimlach op mijn gezicht.
We zwommen naar beneden waar we Venna, Viana en Vaella tegenkwamen. Vaella zat nog steeds als verdoofd voor zich uit te staren.
'Hebben jullie al een remedie voor Vaella's eh... probleem?' vroeg ik twijfelachtig. 'We hebben een plant nodig, hij groeit echter alleen op land.' zei Venna. 'Welke plant?'
Misschien kende ik deze plant wel. 'Eigenlijk is het meer het zaad van een boom. Heb je weleens van een kokosnoot gehoord?' vroeg Venna me.
Ze wist natuurlijk niet wat er voorgevallen was tussen mij en de laatste kokosnoot die ik gezien had. Ik hield niet van kokosnoten, ze waren zo irritant. Maar voor Vaella had ik het echter wel over om nogmaals een van mijn rivalen op land te trotseren.
'Ik doe het. Ik ga de kokosnoot halen.'
Alle drie de meerminnen die niet bezeten waren keken me blij aan. 'Ik zal meteen vertrekken.' zei ik.
Ik spurtte weg en begon aan mijn weg naar het strand dat ik inmiddels zo goed kende. Eenmaal aangekomen bij het strand verwisselde ik mijn staart voor benen en ik begon de zee uit te lopen.
Ik herkende meteen de palmboom die als mijn slaapplaats gefunctioneerd had. Ik wist dat ik vanaf daar een pad kon volgen met kokosnoten op de route.
Ik liep het bos vol palmbomen in en nam de omgeving goed in me op. Nog geen kokosnoten in zicht.
Ik liep steeds verder en verder het bos in tot ik tot de conclusie kwam dat er dus geen kokosnoten meer hingen. Ik zag het meertje voor me liggen en dus besloot ik een duik te nemen.
Met een plons sprong ik in het water en werden mijn benen weer één. Ik dook onder en ontdekte tot mijn verbazing dat zich meer onder het wateroppervlak afspeelde dan ik in eerste instantie had gedacht.
Ik had hier al wel eens gezwommen, als mens, alleen dit had ik niet gezien. Het meertje was bezet met blauwe kristallen, die waren niet te zien vanaf boven omdat het meertje toch al kristalblauw was. Nu wist ik dus waardoor.
Blijkbaar had ik niet de moeite genomen om onderwater te kijken toen ik hier voor de eerste keer kwam want anders had ik de prachtige ketting die op de bodem lag wel gezien.
Ik zwom naar de bodem toe en bekeek de ketting nog eens. Het was een zilveren ketting met een blauwe steen, ook zat er een zilveren meermin aan de steen vast. De steen straalde een bepaald soort kalmerend licht uit.
Ik pakte de ketting op en deed hem om mijn nek. Meteen voelde ik me een stuk energierijker en krachtiger.
Met krachtige slagen van mijn staart zwom ik weer omhoog. Eenmaal boven veranderde ik in een mens en klom het water weer uit. Eenmaal op het land besloot ik mezelf op te drogen door het water op mijn lichaam te verdampen. Ik vroeg me af waarom ik dit niet eerder gedaan had, het voelde zoveel fijner om af en toe even droog te zijn. Aangezien ik nu altijd nat was.
Ik besloot een andere route te nemen naar het strand, misschien had ik dit keer wel geluk en vond ik een kokosnoot, er waren immers palmbomen genoeg. Vreemd genoeg vond ik een pad dat al uitgesleten was in de lage begroeiing. Blijkbaar kwamen hier dus meer wezens.
Ik besloot me er niet te veel van aan te trekken en gewoon verder te gaan. Opeens viel er iets hards op mijn hoofd. 'Au!' riep ik keihard. Verschrikt sloeg ik mijn hand voor mijn mond, alsof ik daarmee het geluid dat ik net had geproduceerd terug kon nemen.
Ik keek wat er op mijn hoofd was gevallen en zag toen dat het een kokosnoot was. Eindelijk, ik dacht dat ik er nooit een zou vinden. Ik bukte me om de kokosnoot op te rapen, maar toen ik er bijna bij kon pakte iemand me van achteren vast. Ik draaide me met een ruk om en ik keek in twee groen ogen.
Geschrokken slaakte ik een kreetje. 'Ssst.' fluisterde de jongen voor me. 'Ik doe je niks.'
Ik keek hem beledigd aan. 'Als je me niks gaat doen, zou je me dan los willen laten en me willen vertellen waarom je me zo liet schrikken?'
Hij liet me los en wreef toen met zijn hand door zijn zwarte haar. 'Ik eh...' begon hij terwijl hij naar boven staarde.
'Ik werd wakker hier terwijl ik weet dat ik hier niet vandaan kom. Er is hier verder niemand en toen ik jou zag moest ik gewoon zorgen dat je niet meteen weg zou rennen. Ik wil hier immers niet alleen achterblijven.' verklaarde hij.
Ik staarde hem verbijsterd aan. Zijn verhaal leek precies op het mijne! 'Dus... Je bent geen meerman?' vroeg ik hem om de ongemakkelijke stilte tussen ons te verbreken. 'Een wat?'
Hij keek me aan alsof ik gek was geworden, wat ik niet vreemd vond aangezien ik dat ook deed toen ik Venna voor het eerst zag. 'Jij hebt nog een hoop te leren over deze wereld.'
Bạn đang đọc truyện trên: Truyen4U.Com