1.
Uitvoering experiment: Keeva Ò Sùillebhain
Aanpassingen methode:
"Een hele goede morgen, Ochtend Prinses!" klinkt de over vrolijke stem van mijn vader zodra ik de de keuken binnenstrompel. Hij heeft de tafel al gedekt en twee glazen zijn al voorzien van jus-d'Orange, en nu staat hij bij het fornuis bacon te bakken.
Ik mompel wat onverstaanbaars terug, waarvan ikzelf eigenlijk ook niet weet wat ik ermee bedoelde, maar op dit moment maakt dat niet zo heel veel uit. Ik ben nog veel te moe, en het liefst ga ik rechtstreeks terug naar bed.
Wat loom ga ik aan tafel zitten. Het valt mij ook nu pas dat mijn bril vet smerig is, eigenlijk. Het is een wonder dat ik er nog iets doorheen kan zien. Snel doe ik hem af en probeer het grotendeels schoon te krijgen met mijn adem en t-shirt. Ondertussen probeert mijn vader een nieuwe conversatie op te beginnen.
"Heb je goed geslapen?" vraagt hij voorzichtig. Toch blijft zijn focus grotendeels gericht op de braadpan.
"Hmm"
Mijn vader lacht en schudt zijn hoofd, "Je lijkt zo op je moeder, weet je dat?".
Elke ochtend weer krijg ik iets wat lijkt op deze zin te horen. Letterlijk alleen omdat ik in de ochtend wat chagrijniger ben dan mijn altijd vrolijke vader. Leuk om te weten dat ik in iedergeval iets van mijn moeder heb meegekregen, maar na een keer horen weet ik het wel.
Zonder ook maar te vragen of ik zin heb in bacon of hoeveel ik er wil, krijg ik meteen drie op mijn bord gegooid. Mijn vader gaat ook geen gesprek meer met mij aan, wetende dat ik toch kortaf reageer. In plaats daarvan eten we in stilte, en naarmate mijn buik voller raakt, ebt mijn moeheid weg.
"Wat zijn de plannen van vandaag, eigenlijk?" vraag ik, oprecht nieuwsgierig. Ik meen dat we bijna klaar zijn met een literatuur onderzoek, dus ik ben benieuwd wat hij voor ons in petto heeft.
"Ik dacht eraan op zoek te gaan naar een samenwerking met een andere groep," antwoord hij.
"Zodat we meer materialen hebben om mee te werken?" vraag ik voor de zekerheid. Dat is namelijk ons grootste probleem. We hebben genoeg om te onderzoeken, we beschikken echter niet over al de juiste materialen om te deze onderzoeken te doen.
"Onder andere, ook om meer mogelijkheden te hebben in het algemeen. Ik hoop namelijk dat we permanent samen kunnen werken," hij pauzeert even om na te denken om zijn volgende woorden, "Een eventuele doorbraak maken."
Ik lach wat sarcastisch.
"Pap, ik denk niet dat dat ons gaat lukken in de nabije toekomst".
"Daarom denk ik dat we hulp van verder weg moeten zoeken. Je weet wel, van een ander continent".
Ik kijk op van mijn zielige bacon, die veel te droog is, om hem een keer streng aan te kijken.
"Alsof ze in Nieuw Azië staan te springen op een samenwerking met ons. Ze mogen dan wel verder zijn met de opbouw dan hier in Oceanië, maar daar is ook meer controle".
Voor heel even denk ik dat een schampere glimlach alles is wat ik terug krijg, maar dan weet hij een nog dommer antwoord te geven dan zijn eerderetl voorstel.
"Ik bedoelde eigenlijk een groep meiden".
Hier weet ik oprecht geen antwoord op te geven. Ik denk dat dit ook wel te zien is aan mijn gezicht, met mijn opgetrokken wenkbrauwen en grote ogen, maar dit is dan ook het domste wat ik mijn vader ooit heb zeggen. Wanneer ik dan ook eindelijk voorbij mijn sprakeloosheid ben, is alles wat ik ook maar kan bedenken een wat dom, kortaf antwoord.
"Je wilt ons dood hebben"
Pap wrijft met zijn duim en wijsvinger over zijn neusbrug en slaakt een licht gefrustreerde zucht. Pas na een tijdje kijkt hij mij weer aan.
"Keeva, als we meer willen bereiken met wat we nu aan het doen zijn, hebben we geen andere keuze," legt hij uit, plots zeer serieus.
"We hebben meer dan genoeg keuze!" schiet ik terug. Mijn stem schoot ondertussen ook onbedoeld een halve octaaf hoger, alsof ik nog steeds niet verlost ben van de pubertijd.
"Keevs, alsjeblieft".
"Nee! Je kan niet zomaar van ons verwachten dat we ons leven gaan weggooien in de ijdele hoop voor een samenwerking!" Ik slaak een kleine zucht om mijn kalmte terug op te pakken, om rustiger mijn kant te vervolgen, "We kunnen vragen wat Elija en Matsuda ervan vinden, maar ik denk dat zij zoals mij zullen reageren".
Pap knikt slechts.
"Misschien is het beter om met hen erbij deze discussie voort te zetten".
Mijn vader heeft amper zijn woorden uitgesproken, of vrijwel meteen horen we in de verte een licht gezoem van een scooter die al zeker meerdere malen niet door een keuring had moeten komen. Dit betekend dat Matsuda niet veel later binnen zal komen vallen. Grote kans dat dat letterlijk gebeurd.
Het is echter Elija die als eerste binnenkomt. Ik ben bezig met het opruimen van mijn deel van de vaat, maar mijn vader zit nog met zijn rug naar de deur te genieten van de bacon.
"Smakelijk" klinkt de gewoonlijke monotone stem van Elija. Mijn vader kijkt over zijn schouder naar hem toe om met een glimlach.
"Dankje" weet hij door het kauwen heen uit te brengen.
Elija legt zijn jas over de rug van zijn stoel en gaat vervolgens zitten. Ik begroet hem wat afwezig en ga verder met de afwas. Het is stil, en behoorlijk ongemakkelijk. Het helpt ook niet dat mijn vader nog bezig is met zijn ontbijt.
Tegen de tijd dat Matsuda binnen komt, is mijn vader gelukkig al klaar met eten. Ik ben echter wel degene die het moet opruimen, maar dat is het minste wat ik kan doen als mijn vader heeft gezorgd voor het ontbijt.
Het geeft mij ook de mogelijkheid Matsuda half te kunnen negeren, want zoals gewoonlijk is hij over vrolijk en enthousiast, en dat heb ik niet deze ochtend. Ik kan al vrij weinig hebben op het moment, dus laat staan zijn blije glimlach die van oor tot oor gaat. Nee dankjewel.
"Heren," begint mijn vader op serieuze toon en klapt zijn handen bij elkaar. Zodra we met onze groep bijelkaar zijn, lijkt zijn stem iets te zijn veranderd. De manier waarop hij spreekt is anders wanneer hij gewoon met mij spreekt, dan wanneer hij iets in de groep gooit. Waarschijnlijk is het gewoon de toon waarmee hij spreekt.
"Voordat we gaan beginnen wil ik jullie iets voorleggen waar Keeva en ik al een beetje over hebben gepraat".
Meteen kom ik tussenbeide.
"Ik wil alvast laten weten dat ik het niet eens ben met wat hij van plan is," zeg ik als ik mij omdraai van de gootsteen vol vaat en de theedoek over mijn schouder gooiend "Dat jullie dat even weten".
Mijn vader staart mij aan over de rand van zijn bril, zijn blik lichtelijk geïrriteerd. Toch gaat hij er verder niet op in. Ik geef hem slechts de meest onschuldige glimlach terug.
"Ik wil een samenwerking beginnen met een groep laboranten uit het vrouwenrijk starten".
Voor een lange tijd is het stil. Als ik mij omdraai, zie ik ze alle twee mijn vader wat verbaasd aankijken. Elija heeft ook een lichte hint van afkeur geschreven op zijn gezicht, maar ik weet niet of dat nou is omdat hij die uitstraling normaal ook afgeeft, of als werkelijke reactie bedoeld is. Hij heeft vrijwel altijd gefronste wenkbrauwen. Matsuda is de eerste die een echte reactie durft te geven.
"Ik denk dat het niet zo'n stom idee is" zegt hij voorzichtig, bang meteen een uitschieter te krijgen. Helaas voor hem is het ook het geval.
"Jij vond lang haar op een lab ook een goed idee," zegt Elija koeltjes. Zijn blik vol afgunst wordt nu gericht op Matsuda.
"Hey!" verdedigt de jongen zich snel, en hij wil nog iets zeggen, maar mijn vader is hem voor.
"Elija, wat vind jij van het voorstel?" zegt hij kalm, met enige hint van vermoeidheid. Begrijpelijk, hoe die twee altijd aan het kibbelen zijn, heeft hij naast mij praktisch nog twee kinderen.
Elija neemt even de tijd wat af te koelen, of om na te denken, maar hij is in iedergeval even stil. Wanneer hij dan reageert, is hij wel weer fel, al lijkt hij wel zijn woorden beter te hebben uitgekozen, er zit iets van kalmte achter.
"Je kunt niet van ons verwachten dat we ons leven gaan geven voor wat onderzoeken, Seàn".
Na het laatste bord te hebben drooggeveegd, neem ik weer plaats aan de tafel, dichter bij het spektakel.
"En wat als daaruit blijkt dat we met ons onderzoek ons uitsterven kunnen uitstellen?".
De manier waarop de twee praten, doet me te veel denken aan het debat dat we moesten voeren op school paar jaar terug. Ik heb er slechte herinneringen aan.
"De kans zal klein zijn,"zegt Elija met een kleine sarcastische lach, "en mocht dat wel zo zijn, kunnen we het beter laten uitvoeren aan mensen die wel over de juiste ruimte en materialen beschikken, dan dat ons recreatatief groepje dat doet in een lab wat niet meer is dan een kelder met wat bij elkaar gesprokkeld apparatuur" probeert Elija uit te leggen. Hij weerlegt eigenlijk ook mijn standpunt. Al is het met veel betere woorden dan die ik ooit uit zal weten te kramen.
Mijn vader lijkt het echter helemaal te hebben negeerd.
"Elija," begint hij, "Toen jij je aansluit bij ons, enkele jaren terug, wat was je motivatie?" vraagt mijn vader. Hij glimlacht erbij alsof hij de discussie al heeft gewonnen.
"Ik kon niet toekijken hoe de mensheid wegvalt terwijl ik weet dat er iets is wat ik kan doen". Elija's koelte is weer terug, en hij kijkt mijn vader net zo koel aan. Hij geeft zich nog niet gewonnen.
"En wanneer doe je er iets tegen; door actief onderzoek te doen met een groep mensen waarmee we onze kennis kunnen delen met beschikking tot alle benodigde middelen, of hier wat leuk onderzoekjes doen die tot niets uitkomen omdat onze middelen schaars zijn".
Elija is stil, slaakt dan een en geërgerde zucht terwijl hij met zijn hand snel over zijn haar gaat.
"Fijn, prima, oké dan!" geeft hij dan uiteindelijk toe vol tegenzin. Dit betekend ook dat ik de enige tegenstander ben tegen het voorstel. Dit is ook waarom mijn vader zich nu richt tot mij, hopend mij ook nog te kunnen overtuigen. Hij heeft echter een veel minder strijdlustige houding tegenover mij, en ik weet niet zo goed wat ik daarvan moet vinden.
"Hoe denk jij er over, Keevs?".
Na een lange pauze aan stilte, slaak ook ik een zucht ten overgave.
"Als we worden opgepakt, is het jouw schuld" zeg ik maar, al weet hij dat zelf ook wel. Mijn vader glimlacht en slaat zijn handen bij elkaar.
"Mooi, Elija en Keeva, jullie gaan verder met het afronden waar we mee bezig waren. Matsuda, wij twee gaan op zoek naar mogelijke bondgenoten" rond hij het gesprek af.
Zodra hij het heeft uitgesproken, staat hij op van tafel in de hoop dat wij zijn voorbeeld volgen.
"Daarbij, de kans dat we goede bondgenoten vinden die met ons willen samenwerken, zal klein zijn. Ga er maar niet van uit dat het doorgaat" geeft mijn vader toe. Hij legt hierbij een hand op de schouder van Elija, die het dichtst bij hem staat.
En zonder verder nog iets te zeggen, gaan we met zijn allen aan het werk.
*****
Met kramp in mijn hand ben ik substraat van het ene epje in een andere aan het pipetteren. Ik heb er kromme zin door en ik wenste dat ik klaar was. Helaas heb ik nog maar liefst zes epjes te gaan.
"Hey, kun je mij die indicator aangeven?" vraag Elija, die bezig is met de andere buisjes. Zoals gewoonlijk is zijn stem neutraal en monotoon. En toch, nu hij geconcentreerd bezig is, klinkt het net anders dan wanneer hij gewoon spreekt. Wellicht is het nog dieper dan normaal, of toch nog minder intonatie dan gewoonlijk.
Ik knik als antwoord, en pipetteer af waarmee ik bezig ben, leg mijn pipet weg, en geef hem dan het juiste buisje aan. Hij bromt een soort bedankje, en gaat meteen verder met zijn werk.
Onze samenwerking is zeer gezellig.
Aan de andere kant van dit klein lab, zit mijn vader geconcentreerd te staren naar een computerscherm. Ik weet ook oprecht niet in hoeverre hij opneemt van wat hij aan het bekijken is, maar het ziet er niet hoopvol uit. Ook Matsuda zit bedenkelijk te kijken naar een klein apparaat in zijn handen, en om de zoveel tijd verandert hij van richting in zijn draaistoel.
"Seàn?" vraagt Elija opeens. Hij spreekt hard genoeg dat mijn vader hem zeker kan horen.
Heel even strek ik mijn hand, zodat er weer iets van leven in komt voordat ik aan de slag ga met het laatste buisje. De ballon van de pipet knijp ik zo ver mogelijk in, maar door de dag heen is de capaciteit hiervan minder geworden.
Mijn vader reageert maar half op Elija, een soort afwezige "hmm". Toch besluit Elija verder te spreken.
"Stond er naast dit meer op het programma, of kunnen we daarmee beter wachten tot morgen?" vraagt hij, ook duidelijk klaar met het hele pipetteren.
"Je kunt naar huis als jullie klaar zijn. Je hoeft niet langer te blijven als je daar geen zin in hebt," antwoord mijn vader zonder op te kijken van de computer.
Elija knikt slechts, al kan mijn vader dat helemaal niet zien. De communicatie in deze groep is echt top.
Nog voordat ik het substraat in het laatste buisje heb zitten, is Elija al klaar met zijn werk en is hij zijn werkplek schoon aan het maken. Hij neemt ook enkele dingen van mijn werkplek alvast mee, wat ik oprecht waardeer. Hij is volledig klaar wanneer ik eindelijk mijn zooi aan het opruimen ben, en neemt afscheid met een zachte 'we zien ons'.
Verder is er geen reactie, op een enkele gehalf asste zwaai.
"Matsuda, eet je mee?" vraag ik als ook ik eindelijk alles heb weggezet. Boven hoor ik een deur dichtgaan, betekenend dat Elija ons huis heeft verlaten.
Heel kort kijkt Matsuda op van zijn scherm om mij aan te kijken en schud vervolgens zijn hoofd van nee. Meer antwoord hij niet; vrijwel meteen is zijn aandacht gericht op zijn scherm.
Ik verlaat de kelder en zucht terwijl ik de ladder op klim. Dat mijn vader nog niet klaar is betekend dat ik voor het eten moet zorgen, en ik kan niet echt zeggen dat ik mijn eigen kookkunsten nou zo lekker vindt. Het scheelt dat ik restjes van gister slechts hoef op te warmen, maar ik zie het zo gebeuren dat ik perongeluk iets aanbrandt.
Ik heb net een pan op het vuur staan, als ik mijn vader mijn naam hoor roepen vanuit de kelder. Ik roep een keer terug in de hoop dat hij mij hoort, maar krijg geen reactie terug. Voordat ik vorder met mijn werk, roep ik nog een keer terug.
"Wat?!".
"Kom effe!" is het enige wat ik terug krijg. Ik rol mijn ogen en slaak een geirriteerde zucht, maar leg me erbij neer dat ik de ladder weer af moet.
Zodra ik eindelijk bij de twee heren ben, is het enige wat mijn vader doet, het scherm van Matsuda recht voor mijn neus houden. Ik pak het zelf aan en houd het wat verder van mij af, zodat ik ook daadwerkelijk kan zien wat hierop staat. Het is een heel informatieblad over een onderzoeksteam, maar namen en dergelijke staan er niet bij. Alleen de soort onderzoeken en uit hoeveel de groep bestaat.
"Wat vind je ervan?" vraagt mijn vader. Hij heeft een lach van oor tot oor, gevuld met hoop. Zijn ogen sprankelen nog net niet.
Ik haal mijn schouders op. Een verdere mening kan ik eigenlijk niet geven. In alle eerlijkheid weet ik niet zo goed wat ik er van vind. Ik ben het sowieso nog steeds niet eens met dit hele idee, al heeft een hele dag wat nutteloos buisjes pipetteren mij toch iets meer hoop gegeven. Al denk ik nog steeds dat de kans groter is dat we in een val trappen dan iets anders.
"Dan zien we morgen wel weer verder!" zegt mijn vader opgetogen. Hij staat op vanuit zijn stoel en legt een hand op mijn schouder.
Ook Matsuda staat op, al dan niet wat aarzelend, en glimlacht wat ongemakkelijk.
"Dus dit wordt hem?" vraagt hij hoopvol. Uiteraard dat hij dit vraagt, sinds deze pagina op de tablet stond, is hij ook degene die het heeft gevonden. Hij wilt natuurlijk de goedkeuring en lof voor het feit dat hij de perfecte samenwerking heeft gevonden.
"Het is zeker een groep die we in gedachten moeten houden," beantwoord mijn vader hem echter, hem niet volledig de glorie gevend waarop hij waarschijnlijk had gehoopt, "ik denk dat we misschien meer informatie moeten zoeken over hen, voor de veiligheid".
Mijn vader geeft hem een klop op zijn rug, en schenkt hem daarbij een vriendelijke glimlach. Ik daarentegen rol mijn ogen geërgerd.
"Tot zover voor vandaag. Zie ik je morgen?".
Mijn vader richt zijn vraag vooral aan Matsuda, die als antwoord vol enthousiasme ja knikt. Alsof hij van zijn eigen enthousiasme schrok, stopt hij plots, en verwisselt het met een wat ongemakkelijke glimlach.
"Uh, ja, tot morgen!"
Hij zwaait kort, en verlaat dan het lab. Niet heel veel later, volgen zowel mijn vader als ik hem.
*****
"Wat doe je?" vraag ik zodra ik de keuken binnen kom en mijn vader aandachtig zie schrijven. Hij reageert ook niet direct, hij is te geconcentreerd. Hij schrijft af waarmee hij bezig was, en kijkt dan pas op om mij te begroeten.
"Dit mag je zodadelijk aan Lodewijk afgeven," zegt hij op een zelfverzekerde toon, "Ik heb de andere twee al laten weten dat vandaag geen bijeenkomst is".
Ik staar hem wat dom aan. Ik kan geen reden bedenken dat we vandaag geen onderzoek doen, behalve dan dat we geen onderzoeksmateriaal hebben. En hoewel we niet actief onderzoek kunnen doen nu, is er wel schriftelijk genoeg te doen.
Mijn vader lacht wat schamper, alsof hij merkt dat ik zijn bedoelingen betwijfel.
"Ik heb nog een hele tijd nagedacht over de groep die Matsuda heeft gevonden, " verklaart mijn vader eindelijk. Zijn stem is zacht en serieus, zoals hij ook altijd spreekt voor een van onze vergaderingen.
"Ik kon eigenlijk geen reden bedenken het niet te proberen, tenzij iemand er expliciet tegen is, zullen wij contact met hen opzoeken doormiddel van deze brief".
Heel even lijkt het alsof hij mijn mening probeert te zoeken door mij eens goed in mijn ogen aan te kijken, al weet ik niet eens wat precies mijn eigen mening is. En eigenlijk ben ik vrijwel zeker dat hij dat doorheeft, want hij lijkt positief verrast.
Ik besluit er maar niet op in te gaan, maar juist een van mijn eerdere vragen beantwoord te krijgen.
"Waarom gaan we dan vandaag niet aan de slag?". Ik leun tegen het aanrecht aan, waar ook het brood staat, en pak er een om te eten.
"Ik denk dat wij twee zelf wel kunnen werken aan de verslaglegging hiervan. Het is niet veel werk en we zijn beide overal bij geweest".
Ook mijn vader staat eindelijk op om te gaan eten, maar niet voor eerst de brief in de envelop te stoppen.
Vanuit de woonkamer klinkt een scherp, piepend geluid, dat wordt gevolgd door licht geschraap.
"Ah, dat moet Elija en Matsu zijn. Dan hebben ze nu beide gereageerd" zegt hij als hij naar de woonkamer loopt, om twee papieren bij de fax te halen. Hij grijnst trots op de terugweg.
"Jij hebt je niet plots van gedachten veranderd?" vraagt hij haast lacherig. Dit voelt voor hem als een overwinning, wat ik ergens ook wel begrijp.
En ik moet zeggen, hoewel ik niet helemaal eens ben met het plan, ben ik er niet vol tegen. Althans...
Nee.
En dus zucht ik maar een keer en glimlach wat schamper.
"Moet ik het Lodewijk persoonlijk geven of-?" vraag ik, al maak ik mijn vraag niet volledig af. Mijn vader knikt, maar besluit dan onnodig meer uitleg te geven.
"Hij weet wel wat hij er mee moet doen".
Ik knik, maar meer als een bevestiging voor mijzelf. Ik duw het resterende broodje wat ik heb in mijn mond, pak dan de sleutels van de keukentafel tezamen met de belangrijke envelop.
"Dan ben ik zo terug!" kondig ik aan, en ben zo goed als meteen de deur uit om de brief te posten.
Nu nog hopen dat we reactie krijgen.
Bạn đang đọc truyện trên: Truyen4U.Com