Chào các bạn! Truyen4U chính thức đã quay trở lại rồi đây!^^. Mong các bạn tiếp tục ủng hộ truy cập tên miền Truyen4U.Com này nhé! Mãi yêu... ♥

4.

Uitvoering experiment: Keeva Ò Sùillebhain

Aanpassingen methode:

"Keeva, hebben we nog drinken?" vraagt pap vanuit de woonkamer. Ik zit nog op het aanrecht, waar ik tot zojuist nog ongemerkt het laatste beetje ijs aan het eten ben.

Ik hoor mijn vader mijn kant op komen, en verberg snel de lepel en pot achter mij, en zet mijn onschuldigste blik op.

"Volgensmij staat er nog een jaar oude appelsap in de koelkast, hoezo?" zeg ik als ik snel nog wat naar achteren schuif zodat mijn geheime snack zeker is verborgen.

Mijn vader komt eindelijk de keuken binnen. Hij kijkt mij niet aan en loopt rechtstreeks naar de koelkast.

"Dan moeten we voor morgen nog wat halen" antwoord hij eindelijk. Hij kijkt eindelijk mijn kant op.

Ik trek een wenkbrauw op.

"Waarvoor?"

Mijn vader zijn blik valt net naast mij, en trekt zijn wenkbrauwen samen. Hij knijpt een keer kort in zijn neusbrug, voor hij mij beledigd aankijkt.

"Ben je nu mijn fucking ijs aan het eten?"

Zonder het ook maar zin heeft, ga ik op mijn linker zij liggen om het bewijsmateriaal te verbergen.

"Pff, nee". Het komt alles behalve normaal over. Mijn vader daar en tegen kijkt mij teleurgesteld aan. Als blikken konden doden...

"Hey," begin ik vervolgens mijn pleidooi, "Jij hebt laatst mijn laatste potje bavarois opgevreten!"

Mijn vader steekt zijn vinger op, en ziet eruit alsof hij mijn argument wilt weerleggen, maar staakt halverwege. Perfecte tijd dus om hem af te leiden naar vorig onderwerp.

"Maar waarvoor hebben we drank nodig?" vraag ik, ditmaal zonder te verbergen dat ik ijs eet.

Mijn vader gaat leunen tegen de eettafel.

"Matsuda wilt met ons zijn verjaardag houden morgen" legt hij uit.

Ik snuif een keer sarcastisch.

"Heeft hij geen vrienden dan?"

Opnieuw geeft mijn vader een doordringende blik. Hij trekt een wenkbrauw wat omhoog, en trekt dan zijn mond open.

"Moet jij nodig zeggen".

Ouch.

Ik ben oprecht even van mijn van apropos. Gelukkig hoef ik ook niets te zeggen. Mijn vader verandert al het onderwerp.

"Ik vind leuk van hem dat hij het met ons wilt vieren. Daarnaast moet ik toch iets mededelen aan jullie drie".

Het gezicht van mijn vader vertekt wat bij het laatste deel. Zijn wenkbrauwen vormen een lichte frons, en zijn mondhoeken krullen naar beneden.

Het kan geen goed nieuws zijn. En ik heb een vermoeden waar het over gaat.

"Hoelang geleden is het dat we een brief hebben gestuurd?" vraag ik. Mijn ego die zojuist nog in diggelen werd geslagen, heeft zich genoeg bij elkaar geraapt om weer normaal een gesprek aan te gaan. Daarnaast wil ik ook vissen of mijn vermoedens correct zijn.

"Paar maanden. Begin Oktober gok ik zo"

"En nog steeds geen reactie?"

Mijn vader schud mijn hoofd.

"Nog steeds geen reactie"

* * * * *

Uiteraard dat ik de boodschappen mocht doen. Waarom ben ik eigenlijk verbaasd.

"Is goed voor je" hoor ik mijn vader nog zeggen, met de meest vieze grijns die ik hem ooit heb zien maken.

Een sarcastische lach ontsnapt mij.

Nee, zelfs die ene keer dat hij dacht mij te koppelen aan die vakkenvuller door mij vol tegen hem aan te duwen was nog een lieve glimlach in vergelijking met deze.

Al heb ik wel het vermoeden dat die zestienjarige versie van mij een ding gelijk zal hebben met mij: beide situaties eindigen met mij op de grond.

Uiteraard had ik Pedro ook nog aan de kassa vandaag. Gelukkig herkende hij mij niet. Misschien dat zijn blauw oog dat hij toen door mijn vader op liep mij toxh nog iets opgeleverd.

Het zweet loopt over mijn voorhoofd. Ik probeer het weg te wrijven met de rug van mijn hand, maar meteen zakt de zware tas van mijn schouder af. Met moeite breng ik hem terug in positie.

"Misschien bouw je nog een conditie op zo" klinkt de stem weer van mijn vader in mijn hoofd. Dit wordt hem niet zo snel vergeven.

Wanneer ik eindelijk onze voordeur bereik, zet ik de tas met een behoorlijke plof op de grond. Ik vis de sleutelbos uit mijn broekzak, en open de deur voor mijzelf.

"Ik ben weer thuis!" kondig ik aan zodra ik de boodschappen naar de keuken breng. Ik hoor mijn vader vanuit de woonkamer komen.

"Wat zie jij eruit?".

Mijn vader helpt mij de boodschappen op de juiste plek te zetten.

"Dit is wat er gebeurt als je je arme, fragiele zoon boodschappen laat doen".

Mijn vader lacht.

Hij lacht me gewoon uit.

"In dat geval verdient die arme, fragiele zoon van me dan het dan om zich op te frissen als een moment van rust".

Ik stop heel even in mijn pad en draai mij naar mijn vader.

"Inderdaad!"

Ik zet de eieren in de koelkast, klop mijn vader een keer op de schouder en loop de keuken uit.

Tegen de tijd dat ik klaar ben met douchen, en mijn wat gewone outfit heb verwisseld voor een iets leukere, door een shirt met strepen te dragen in plaats van een effen kleur, heeft mijn vader de keuken al opgeruimd.

Ook mijn vader heeft zich in de tussentijd iets opgefrist. Zijn lichte baard is inmiddels zo goed als verdwenen, en alleen zijn snor staat nog prominent. De kleur is een iets donkere rood dan zijn haar, wat daardoor ook nog extra opvalt.

"Moet ik nog wat doen?" vraag ik, en strik ondertussen snel nog mijn veters. Wanneer ik even opkijk, zie ik mijn vader met zijn hoofd schudden.

"Zorg er maar voor dat we vanavond geen dorst hebben"

"Joe"

Mijn vader zet ondertussen nog wat dingen klaar, waarvan bij sommige dingen niet goed weet of dat nu wel noodzakelijk is. Wellicht heeft hij wat bezigheidstherapie nodig.

Ik rol een keer kort met mijn ogen, en focus mij weer op mijn boek. Veel gelezen krijg ik echter niet. Wanneer ik de pagina om sla, hoor ik de achterdeur met zijn goede oude gepiep opengaan. Elija komt binnenwandelen.

Mijn vader groet hem als eerste, en blijft met hem in de keuken aan de praat. Dit geeft mij voldoende tijd mijn boek op te bergen.

Ik loop de keuken in, geef een korte groet en ga erbij zitten. Er wordt niet veel gesproken, waardoor achtergrond geluid makkelijk opvalt.

Er is een licht gezoem, inmiddels bekend bij de hele buurt. Het betekend dat Matsuda onderweg is, op zijn krakkemikkige brommer, die meer geluid maakt dan vooruit gaat.

Het kleine gesprek zet zich voort. Veel komt niet bij mij binnen, en spring maar enkele keren in om mijn stem te laten horen. Het gesprek is toch zo gedaan; Matsuda kan elk moment binnen vallen. Al dan niet letterlijk.

Wanneer dan ook het bekende geluid van de deur klinkt, valt het gesprek inderdaad stil. Bijna verwachtingsvol kijken we naar de tussendeur, waar Matsuda voorzichtig zijn hoofd door steekt. Toch duurt het even voor hij volledig de keuken binnen is. Het is wel al snel duidelijk waarom.

Hij heeft van alles vast in zijn handen.

"Ach, kom hier!" zegt mijn vader, en staat direct op om hem te helpen. Hij neemt de papieren zak van hem over. Matsuda verdwijnt weer naar de bijkeuken om zijn helm en jas op te bergen.

Ik voel een golf aan ongemakkelijkheid aankomen.

"Wil je uh," start ik en sta op van mijn stoel, "Wil je wat drinken?"

Matsuda, alweer terug in de keuken en druk bezig de inhoud van zijn papieren zak te openbaren, stopt even kort om mij aan te kijken, voor hij kort glimlacht.

"Wat water is prima".

"Elija?"

Hij kijkt mijn vader kort aan, alsof ze snel mentaal aan het communiceren zijn.

"Ik lust wel een van jullie goede pilsjes, als Seán daar tenminste ook zin in heeft"

Ik heb niet veel aan dit antwoord, dus kijk ik pap snel aan ter bevestiging. Hij knikt kort.

Uit de koelkast haal ik twee flessen bier, en zet ze op tafel samen met een opener. Voor mijzelf en Matsuda haal ik twee glazen uit de kast en vul ze bij de kraan.

Matsuda staat nog steeds bij het aanrecht. Hij lijkt een beetje verloren.

"Kan ik jullie blij maken met een stuk cake?"

Een voor een kijkt hij ons kort aan.

"Ik heb deze vanmiddag gebakken want uh, vond niet dat ik niets mee kon nemen". Bij elk woord komt er iets meer van zekerheid in zijn stem. Goed voor hem.

Mijn vader is de eerste die reageert.

"Lekker. Dankje". Hij glimlacht erbij, waardoor zijn ogen samenknijpen, en zijn kraaienpootjes meer tot uiting komen.

"Voor mij ook alsjeblieft" zeg ik dan ook maar voorzichtig, "Oh en uh, gefeliciteerd trouwens". Ik klop Matsuda een keer op zijn schouder voor ik eindelijk weer ga zitten aan de tafel. Mijn vader en Elija volgen mijn voorbeeld terwijl Matsuda zachte bedankjes mompelt.

"En hoe oud ben je nu ook al weer geworden?" vraagt Elija. Ik focus mijn blik snel even op hem.

Hij weet het goed te verbergen, door zijn mondhoeken net wat naar boven te krullen, maar hij vraagt dit niet als formaliteit. Volgens mij weet hij echt de leeftijd niet van Matsuda. Niet dat ik mij zo snel kan bedenken waarom hij dit wel zou weten; ik weet het ook puur en alleen door mijn vader.

"Zeventien" antwoord Matsuda aarzelend. Hij zet een bordje met cake ondertussen voor mijn en mijn vaders neus.

"Dit verklaart zoveel" hoor ik Elija mompelen. Het was waarschijnlijk niet de bedoeling dat ik dit hoorde, maar ik moet moeite doen niet te grinniken. Wat zeker helpt, is het eten van cake.

Matsuda gaat eindelijk zitten, ook met een stuk cake in zijn handen. Ook Elija heeft er nu een voor zijn neus.

"Nog uh, nog wat interessants meegemaakt?" begint mijn vader voorzichtig een nieuw onderwerp. Hij neemt een hap van zijn cake en wacht op antwoord. Elija schud zijn hoofd.

"Nou," begint Matsuda aarzelend, maar zodra hij ziet dat niemand van ons enig bezwaar heeft aan het horen van zijn stem -wat vaker wél het geval is geweest- begint hij een verhaal te vertellen.

Het duurt lang, en hij gebruikt zijn armen om zijn woorden te vertellen, en zorgt er grondig voor dat geen detail wordt vergeten. Ik moet zeggen, hij weet zijn verhalen interessant te maken. Hij laat ons lachen, in ieder geval beter dan mijn vader.

Ja, zelfs Elija heeft een glimlach waarbij hij zijn tanden laat zien. Een behoorlijke prestatie.

En zo gaat de tijd stiekem snel voorbij; we praten over niet veel in het bijzonder, plagen hier en daar elkaar wat. Vooral Matsuda is de pineut, zoals gewoonlijk, maar vat het goed op. Hij maakt vaak genoeg een gevatte opmerking terug.

En dan schraapt mijn vader een keer behoorlijk luid zijn keel.

"Voor ik het vergeet" begint hij. Hij heeft een serieuze blik, en ik weet al wat hij wil zeggen. Hij heeft gister het al met mij erover gehad.

De toon van mijn vader laat de twee andere heren schrikken. Hij is behoorlijk ernstig.

"Jullie zijn op de hoogte van het feit dat we geen reactie hebben gekregen over een samenwerking".

Mijn vader vraagt het, maar het komt er meer uit als een statement. Toch reageert Matsuda door zijn hoofd te knikken.

"Ik zal niet het verhaal langer maken dan nodig is," hij pauzeert even, en knijpt met duim en wijsvinger in zijn neusbrug, "zonder samenwerking zie ik geen bestaan meer voor onze groep".

Een stilte valt met een klap. Hoe snel juist de tijd nog voorbij ging, zo traag kruipen nu de seconden voorbij.

En toch. Niemand lijkt verbaasd. Het is geen verrassing. Slechts collectief teleurgesteld.

Elija toont zoals gewoonlijk weinig emotie. Misschien een iets zachtere blik, maar dat valt moeilijk te zeggen.

Matsuda echter, Matsuda heeft zijn mond ietsje open, zijn wenkbrauwen ietsje omhoog. Hij is ook de eerste die de stilte verbreekt.

"En als we een andere groep zoeken?". Er is een snufje hoop in zijn stem.

"Er is onvoldoende animo daarvoor" antwoord ik al voor mijn vader, zodat niet alle last op hem terrecht komt. Maar Matsuda is niet klaar zich gewonnen geven.

"Er moeten toch wel ergens een andere groep zijn die met ons wil werken? We moeten blijven schrijven!"

Mijn vader schud zijn hoofd met een pijnlijke glimlach. En dit laat voor mij het kwartje vallen.

"Pap?" vraag ik voorzichtig, "Die brief naar de groep vrouwen, was een test naar het universum, niet?"

Mijn vader blijft stil. De andere twee wachten op een verklaring, en dus geef ik die.

Ik haal een keer een diepe zucht.

"Pap is voor een wetenschapper niet bepaald even sceptisch. Hij heeft dit bijgeloof dat het universum ons keuzes laat maken. Hij heeft ons een een bericht de onbekende diepte in laten sturen om in de hoop op een teken. Een teken dat ze daar een zelfde denkwijze hebben als wij. En het teken kwam niet".

Matsuda begrijpt het nog niet.

"Waarom schrijven we dan nogmaals?".

"Omdat het niet voortbestemd was"
"Omdat het niet voortbestemd was" antwoorden mijn vader en ik in koor.

Elija blijft stil. Ook Matsuda is kort even stil, maar opent al weer snel zijn mond.

"Dus we hebben voor spek en bonen een dag onderzoek gedaan naar potentiële samenwerkingen?". Zijn stem slaat een keer over, wat zijn al beledigde stem nog meer accentueert.

Voorzichtig schud mijn vader zijn hoofd van nee, maar ik ben er niet van overtuigd. Hij verwachtte al dat we een negatieve reactie zouden krijgen, waarom heeft hij het dan toch gedaan. Voor die kleine kans dat het dan toch voortbestemd was? Zo ken ik hem niet.

Had hij dan toch zo veel hoop?

"Waarom dan geen andere groep hier in de buurt?" blijft Matsuda doordrammen. Hij moet de enige zijn die de realiteit er niet van in ziet. Of het gewoon weigert in te zien.

En ik ben er eigenlijk wel klaar mee.

"Matsuda," begin ik, en klonk bitchier dan de bedoeling was, "waarschijnlijk heb je het niet door, maar er zijn niet zo veel van ons die zin hebben onbetaald wat te hobbiën in een laboratorium. Elija werkt niet voor niets part time als docent. En hij zet ons dan alsnog op plek één".

Ik neem een kleine pauze om mijn gedachten te ordenen zodat ik verder kan met mijn verhaal. Maar Matsuda geeft me de kans niet.

"Ik snap het. Ik ben gewoon weer te onrealistisch". Hij kijkt ons niet aan en speelt wat met ziin handen.

Dan slaat hij zijn handen op de tafel, en staat op van zijn stoel.

"Sorry, ik moet uh, ik heb wat frisse lucht nodig".

Hij maakt nog steeds geen oogcontact. En hoewel wij drie hem wat stom aan kijken, zegt niemand er iets van zodra hij via de bijkeuken de tuin in gaat.

Ook wanneer hij buiten oorschot staat, wordt geen woord gewisseld. De spanning in de keuken staat hoog, de haartjes in mijn nek net zo.

Was het dan toch mijn toon? Had ik geduldiger moeten zijn?

Mijn handen beginnen te zweten, en ik begin me elke seconde ellendiger te voelen. Gedeelte hiervan is schuld, maar er zit meer achter. Alleen kan ik niet goed plaatsen wat precies.

Een ding is duidelijk. Ook ik heb frisse lucht nodig.

"Ik ga ook effe naar buiten" kondig ik aan terwijl ik opsta, en maak haastig dezelfde weg als Matsuda naar buiten.

De buitendeur kraakt behoorlijk zoals gewoonlijk. Ik zie Matsuda, die op de laatste traptreden zit met een peuk in zijn hand, wat opschrikken. Hij kijkt echter niet achterom.

"Niet nu Seàn"

Ik bijt een keer stevig mijn kiezen op elkaar.

"Sorry, ik ben het".

Verschrikt kijkt hij achterom, en onze ogen ontmoeten. Snel veegt hij onder zijn ogen, maar zijn blik blijft als die van een ree in koplampen.

"Ben je, uh, huilde je nu?" vraag, mijn stem met elk woord zachter. God wat een stomme vraag van mij. Het is behoorlijk duidelijk waarom Matsuda rode, waterige ogen heeft.

"Pff, Nee" liegt Matsuda behoorlijk slecht. Een traan rolt meteen over zijn wang, en hij is snel deze droog te maken.

We zijn weer stil.

Jep, ik had moeten vragen of hij oké was in plaats van te vragen of hij huilt. Goed gedaan Keeva. Zeer soepel van je.

"Sorry," mompel ik. "Ik bedoelde het niet zo". Het klinkt als de meest domme verontschuldiging, maar ik meen het wel.

Matsuda laat een klein sarcastisch hufje horen en kijkt weer voor zich.

"Je bent niet de reden waarom ik ... hier zit".

"Begrijp ik, alleen uh", begin ik, maar weet eigenlijk niet echt goed wat ik moet zeggen nu. Matsuda zal het ook nooit weten, want ik denk niet dat ik die zin nog ooit ga afmaken.

"Kan ik uhm," begin ik overnieuw, "Kan ik erbij zitten?".

Matsuda kijkt mij ietwat verbaasd en beledigd aan. Hij lijkt wel al wat te hebben gekalmeerd.

"Ik wou eigenlijk even alleen zijn"

"Oh".

Ik duw mijn handen in mijn broekzakken, en blijf staan op mijn plek. Ik wil eigenlijk niet terug naar binnen. Nog niet in ieder geval. En dus loop ik de paar traptreden af, de tuin in. Ik doe niet eens de moeite om op het pad te blijven, ik ga direct het gazon op. Hier merk ik echter dat ik verder geen plan heb.

Snel kijk ik over mijn schouder, terug naar de deur en Matsuda. Hij is verdergegaan met het roken van zijn peuk, maar niet zonder mij wat betwijfelend aan te kijken. Opnieuw kruisen onze ongemakkelijke blikken elkaar, wat de hele situatie niet verbeterd, maar mij wel eindelijk een besluit laat nemen. Zeker geen goeie, maar zeker een betere dan wat ongemakkelijk staan op het gras.

Door de abrupte draai maait mijn linkervoet een zeer specifieke plek in het gras. Vol valse overtuiging maak ik mijn weg terug naar de deur, maar specifieker naar de traptreden ervoor. Een hoger dan waar Matsuda zit, stop ik, en ga erbij zitten. Matsuda zucht een keer, maar duwt al snel zijn sigaret in zijn mond en neemt een trek. De walm aan rook die hij uitademt komt door de wind recht in mijn gezicht.

"Ik dacht dat je gestopt was, trouwens?"

Matsuda brengt zijn hand met sigaret naar beneden. Hij blijft echter voor zich uit staren.

"Wanneer ik gestrest ben niet".

"Ah".

We blijven een tijdje stil. Kort kijkt Matsuda mij aan. Opnieuw neemt hij een trek van zijn sigaret, maar wanneer hij de rook weer uitblaast, zorgt hij ervoor dat hij de andere richting op kijkt.

"Ik ben gewoon heel gefrusteerd" geeft hij dan toe.

"Snap ik. Ik...". Ik trek mijn wenkbrauwen samen om te bedenken wat ik precies wil zeggen, maar de woorden ontbreken mij op dit moment.

"Dit voelde aan als een soort tweede thuis".

"Oh?".

"Seàn liet me hier altijd zo welkom voelen. Dat ik kon blijven eten als dat nodig was, of gewoon mijn ei kwijt moest. En nu valt dat weg".

"Dat hoeft niet persé, ik denk dat pap het wel leuk vind als je je gezicht af en toe laat zien"

Matsuda glimlacht schamper.

"Weet ik, maar dat vult niet die plotse leegte die...,". Opnieuw kijkt hij mij kort aan, "Die zich heeft gevormd na zijn woorden".

"Die zal zich weer vullen zodra we een serieuze baan vinden".

"Ik...ik weet het niet".

En dan is er een plots besef.

"Oh fuck"

Matsuda begint te lachen, maar doet zijn best het in te houden. Het lukt hem echter niet al te best.

"Ook een hele goede morgen Keevs. Gaat je sociale incompetentie het wel aankunnen te solliciteren?"

"Nou, ik betwijfel het".

De sigaret krijgt een laatste trek voor hij wordt gedoofd tegen de grondtegel. Vervolgens klopt Matsuda me een keer op mijn schouder.

"Ach joh, jij krijgt makkelijk een baan, zeker met je vader als referentie"

"Denk je?"

"Jah joh, maar begin eerst eens even met geloven dat je niet achterlijk bent".

Ik kijk hem onderzoekend aan.

"Je twijfelt te zeer aan jezelf. Maar jij hebt zoveel kennis, dat is helemaal niet nodig".

"En jij dan?"

Matsuda geeft een klein speels, geniepige grijns.

"Met mijn onweerstaanbare charme krijg ik overal een baan aangeboden".

Ook mijn mondhoeken krullen wat omhoog.

Ik hoop het. Ik hoop dat hij gelijk heeft. Want ondanks het feit ik het einde van onze groep had aan zien komen, had ik mij alles behalve voorbereid op de gevolgen ervan.

~~~~~~~~~~~



Hoiii! Kleine, korte update van mij! Ik heb het met 41 minuten gered om dit hoofdstuk te plaatsen binnen de maand, dus tot dus ver lig ik nog op mijn "binnen de maand geschreven" idee. Maar gezien het feit ik nu al stress heb voor het volgend hoofdstuk, dat ik niet veel korter dan deze zie worden, ga ik mij daar denk ook niet aan houden.

Oh, en mijn telefoon bevind zich in een coma. Hij ligt aan life support en is daardoor aan, maar niet zodanig dat ze bij bewust zijn is. Hij komt niet voorbij het opstartscherm. Dus ja, dit gaat mijn al trage schrijfsnelheid zeker beïnvloeden.

Toedeloe!

Ilze


Bạn đang đọc truyện trên: Truyen4U.Com